>> blog         >> textarchiv         >> publikationen         >> radio        >> filme         >> kontakt         >> links [>>|]  
 
 

IsraŽl als Jood onder de staten

Door Stepan Grigat
(verschenen op haGalil.com, 1. 1. 2009)
 
Het antisemitisme plaatst Joden in een uitzichtloze situatie. De rijke Jood wordt zijn succes aangewreven, de arme als schnorrer geminacht. De geassimileerde schijnt als verraderlijke ondermijner van het volkscorpus, de van zijn traditie bewuste als excentriekeling zonder aanpassingsvermogen. De seksueel actieve geldt als bederver en verleider van de jeugd, de abstinente als impotente zwakkeling. Onverschillig wat ze doen, leveren Joden de antisemieten louter maar nieuwe stof ter illustratie van hun waan. Detoneert een gedraging eens met de projectieve beeldenwereld van de antisemiet wordt ze er juist door geÔntegreerd door in zulk onverwacht ageren een bijzondere perfiditeit ter versluiering van de ware bedoelingen te vermoeden.

Iets dergelijks voltrekt zich in de actuele geopolitieke reproductie van het antisemitisme, het antizionisme, waar dit het klassieke beeld van de geldgeile, vergeestelijkte en niet-weerbare Joodse Luftmensch aanvult met dat van de alles omverlopende, op territoriale expansie en volkse homogeniteit inzettende IsraŽliŽr. Onverschillig wat IsraŽl doet, het is en blijft in de ogen van grote delen van de publieke wereldopinie schuld aan ellende en destructie in de regio. Bevinden het IsraŽlische leger en Joods-IsraŽlische kolonisten zich in de Gazastrook, dan gelden ze als bezettingsmacht. Trekken ze zich terug dan stichten ze daarmee "de grootste openluchtgevangenis ter wereld". Reageert IsraŽl op de permanente aanvallen vanuit de Gazastrook met sancties of zoals nu door met militaire middelen terug te slaan, dan draait het aan de "geweldspiraal", reageert het "buitenproportioneel" of bedrijft het bij voortzetting zijn "verdelgingspolitiek". Laat het de aanhoudende raketbeschietingen passief over zijn kant gaan, wordt het "zionistische regime" in Arabische en Iraanse kranten als "tandeloze papieren tijger" bespot, die niet eens de eigen bevolking zou kunnen beschermen.
De raketbeschietingen vanuit Gaza begonnen in 2000. Sinds het vertrek van het IsraŽlische leger in 2005 hebben ze hand over hand toegenomen. Ze zijn dus geen reactie op de gedeeltelijke blokkade van de Gazastrook sinds begin dit jaar, maar uitdrukking van de permanente oorlog tegen IsraŽl waaraan Hamas zich wijdt. In 2006 vuurden Palestijnse commando's 946 raketten af op IsraŽls zuiden. Van juni 2007 tot aan de gedeeltelijke afgrendeling van de Gazastrook medio januari 2008 waren het er meer dan 1700. Opgeteld zijn er op IsraŽlisch territorium sinds 2001 vanuit de Gazastrook ongeveer 4000 raketten en granaten ingeslagen. Sinds begin van dit jaar waren het meer dan 1000 raketten en 1200 mortiergranaten. Dozijnen in Iran vervaardigde Grad-raketten vielen op de stad Ashkelon. In de afgelopen weken, na de opzegging van de toch al nooit nagekomen wapenstilstand door Hamas, zijn de beschietingen nogmaals stevig toegenomen. Dat er tot nog toe maar weinig IsraŽli's het slachtoffer van zijn geworden en er 'slechts' een paar honderd gewonden vielen, is enerzijds dom geluk. Iedereen in IsraŽl kent de beelden van projectielen die in het plafond van een kinderkamer in het zuidelijke Sderot een meter naast het bed zijn blijven steken. Anderzijds heeft het niets van doen met de intenties van de antisemieten die deze dingen bouwen en afvuren met het doel geheel willekeurig de IsraŽlische burgerbevolking te raken. De ontbrekende doeltreffendheid van de raketten is het gevolg van door de IsraŽlische terreurbestrijding getroffen maatregels. Op den duur zullen die alleen de verdere ontwikkeling van de raketten echter niet kunnen dwarsbomen. Reeds de afgelopen maanden konden de terreur-rackets de reikwijdte van hun wapens duidelijk opvoeren - met daadkrachtige Iraanse ondersteuning. Zou IsraŽl nu geen consequente stappen tegen Hamas ondernemen dan zou het slechts een kwestie van tijd zijn dat de Palestijnse moslembroeders over een soortgelijk arsenaal gingen beschikken als de Iraanse bondgenoot in IsraŽls noorden, de Hezbollah.

Van Hezbollah heeft Hamas ook de perfide tactiek overgenomen om de eigen bevolking als levende verschansing te gebruiken. De militaire inrichtingen worden bewust midden in woongebieden geplaatst. Wanneer IsraŽl op grond van de te verwachten burgerslachtoffers tegenaanvallen schuwt, kan Hamas de raketterreur ongehinderd voortzetten. Wanneer IsraŽl zich gedwongen ziet niettemin tegen de infrastructuur van Hamas op te treden en daarbij burgerslachtoffers vallen - des te beter voor Hamas, die de in laatste instantie door haar te verantwoorden slachtoffers gebruikt om het IsraŽlische leger andermaal als "kindermoordenaar" aan de publieke wereldopinie te presenteren.  In de momentele situatie wil Hamas over deze tactiek niet al te openlijk spreken. Echter in februari 2008 prees Hamas-parlementariŽr Omar Fathi Hamad het Palestijnse volk er in het openbaar voor "vrouwen, kinderen en ouderen in menselijke schilden" te hebben veranderd.
Bij de beoordeling van de momentele situatie is het zaak in gedachten te houden dat Hamas geen organisatie is die op enigerlei wijze naar een compromis of vergelijk met IsraŽl streeft. Zij strijdt niet voor een Palestijnse staat aan de zijde, maar in de plaats van IsraŽl. En zij propageert een onomwonden antisemitisme, ondermeer in haar handvest, het tot heden geldige programma van Hamas, waarvan artikel 7 onder andere zegt: "De tijd zal niet aanbreken voordat niet de moslems de joden bestrijden en hen doden, voordat de joden zich niet achter rotsen en bomen verschuilen die uitroepen: O moslem! Er is een jood die zich achter mij verbergt, kom en dood hem!"

Voor welk verder handelen IsraŽl de komende dagen ook zal kiezen - door grote delen van de publieke wereldopinie zal het resultaat slechts als uitdrukking van zionistische heerszucht worden gezien, of als onnodige escalatie veroordeeld. De IsraŽlische regering kan zich echter door dergelijke voorzienbare reacties het handelen niet laten dicteren. Terecht hebben minister van buitenlandse zaken Tzipi Livni en minister van defensie Ehud Barak duidelijk gemaakt, dat de IsraŽlische staat het leven van zijn burgers met de daartoe noodzakelijke middelen zal beschermen en de te verwachten kritiek eventueel op de koop toe zal nemen. Beiden hebben de publieke wereldopinie er herhaaldelijk aan herinnerd dat op den duur geen politieke soeverein beschietingen van zijn territorium lijdzaam kan accepteren. Dat IsraŽl dit echter tot verwijt gemaakt wordt heeft zijn oorzaak erin dat deze soeverein als een soort Jood onder de staten fungeert waarop de andere soevereinen hun eigen gewelddadige constitutie projecteren, terwijl geenszins alleen gedeclareerde antizionisten aan de IsraŽlische hun anti-civilisatorische ressentimenten uitageren.

[DOC][PDF][|<<]